De zonnebloem en zijn neef aardpeer

Helianthus annuus, de zonnebloem, is familie van de aardpeer, Helianthus tuberosus. Beide soorten behoren tot de Composietenfamilie, het zijn samengesteldbloemigen. Ze hebben een bloembodem waarop meer dan duizend buisbloempjes kunnen staan, en daaromheen vrolijk gekleurde lintbloemen. Allebei zijn ze heliotropisch. Overdag draaien ze mee met de zon en ’s nachts keren ze terug naar de oostelijke stand. Tegen de tijd dat de bloemstengels uitgegroeid zijn en de lintbloemen zich ontvouwen, blijven de bloemhoofden naar het oosten wijzen. Van de ruwe zonnebloemstengel, die veel cellulose bevat, kan papier gemaakt worden.

Wordt de zonnebloem gekweekt om zijn zaden die veel vezels, vitaminen en mineralen bevatten; bij de aardpeer gaat het juist om de wortelknolletjes die een beetje naar artisjok smaken en zowel gekookt als rauw gegeten kunnen worden. Maar pas op met het planten van deze woekeraar! Als je één knolletje ter grootte van een ei onder de grond stopt, kun je de daaropvolgende winter wel tien kilogram aan aardperen oogsten. De zonnebloem, Helianthus annuus, vermeerdert zich door middel van zaden. Zwart wit gestreepte zaden kunnen, ontdaan van hun jasje, gegeten worden als een snack; zaden met een zwarte schil bevatten meer olie en worden speciaal gekweekt om zonnebloemolie van te persen. Het restproduct dat daarna overblijft wordt oliekoek genoemd en gebruikt in de veevoederindustrie.