Als een dief in de nacht

Uilenveren

De Lastige Zwanenburger. Dat waren bewoners uit het dorp Zwanenburg, onder de rook van Schiphol. Onder leiding van hun huisarts voerden ze actie tegen de geluidsoverlast van het toenemende aantal opstijgende vliegtuigen.

Vliegen en lawaai lijken onlosmakelijk met elkaar verbonden. Nou ja, op zweefvliegtuigen na dan, en … uilen!
Vooral uilen die ’s nachts jagen, moeten behalve goede ogen, ook goede oren hebben. En de prooidieren moeten je niet horen aankomen.
Als de vleugel van een vogel snel door de lucht beweegt, ontstaan er wervelingen, dat maakt geluid. Behalve bij de meeste uilen, daar is dat niet zo. De veren aan de voorrand van de vleugel hebben namelijk geen gladde rand maar lijken een soort kammetje. En de vleugelpunten aan de achterzijde zijn een soort zachte franjes.
Vergelijk het met een dunne stok waarmee je rond zwiept. Dat hoor je. Zou je die stok flink omwikkelen met draadjes wol, dan hoor het nauwelijks.
Door die bijzondere veren vliegt een uil vrijwel geruisloos. Zo kunnen ze zelf geluiden van prooidieren horen en merken kleine zoogdieren, zoals muizen, pas dat er een uil aankomt als het te laat is.

Als woelmuis zou je willen dat er een actiegroep was, die alles wat vliegt verplicht om geluid te maken.

Tekst en foto: EJB