Bij de blonde duinen

 

Roodborsttapuit

‘In het land der blonde duinen, en niet heel ver van de zee’. Zo begon het boekje over het dwergenpaartje Piggelmee. Een eeuw geleden kon Nederland daar bij de koffie van Van Nelle voor sparen.

Ik heb vaak door de duinen gelopen, maar jammer genoeg heb ik het huisje van Piggelmee, een omgekeerde Keulse pot, nooit ontdekt.

Wel kwam ik regelmatig meeuwenkolonies tegen. Zilvermeeuwen, mantelmeeuwen, stormmeeuwen. Niet te missen en alles behalve lief. De verkenners aan de rand van de groep zijn waakzaam en vliegen bij elk onraad, zoals een onschuldige natuurvriend op het gemarkeerde wandelpad, luid krijsend op.

Gelukkig zijn er ook subtielere vogelsoorten in de duinen. Eén van de leukste vind ik de roodborsttapuit, meestal zitten ze wat meer naar de rand van het duin. Ze houden van open terrein, maar een paar struiken vinden ze wel handig. In heidegebied en hoogveenlandschap voelen ze zich ook thuis.

Met wat meer geluk zie je de tapuit, een wat groter familielid van de roodborsttapuit. Die heeft het moeilijk. Vooral omdat ze heel specifiek open duinen en heideveld willen. En die landschappen komen er in Nederland bepaald niet bij. Daarbij broedt deze soort in konijnenholen. Daarvoor heb je konijnen nodig en die hebben al een tijd erg te lijden onder allerlei ziektes.

Geen kaboutertjes dus, maar wel mooie vogels. Onze duinen zijn het behouden waard.

Foto en tekst: EJB