De blauwe reiger

De blauwe reiger, Ardea cinerea, zie je regelmatig stilstaan langs de waterkant. Met zijn scherpe snavel vangt hij vissen, waterratten, mollen, kikkers en andere kleine diertjes, die hij in zijn geheel doorslikt. De reiger, die hele goede ogen heeft, is de schrik van mensen met een vijver; gekleurde vissen vormen een heel makkelijk hapje.

Reigers zijn er vroeg bij. In januari al beginnen ze met een nest. Het mannetje bepaalt de plek en gaat dan op zoek naar een vrouwtje. Nesten worden hergebruikt en ieder jaar groter gebouwd. Reigers zijn solitaire dieren, maar broeden doen ze in kolonies. In het Heempark in Delft zit een reigerkolonie met dertien nesten (2016).

Zeer speciaal bij de reiger is het groeten bij het naar het nest vliegen. De aanvliegende vogel “groet” door het oprichten van zijn veerkuif en maakt daarbij speciale begroetingsgeluiden. Zijn partner antwoordt door de hals te strekken.

In februari worden er, met tussenpozen van twee dagen, drie tot vijf bleekgroene eieren gelegd. Omdat vanaf het eerste ei gebroed wordt, door zowel het mannetje als het vrouwtje, komen de jongen ook na elkaar uit. Voor een jonge reiger is de eerste winter het moeilijkst. Gemiddeld 70%  haalt de volgende lente niet! Soms valt er weleens eentje uit het nest, die is dan aan zichzelf overgeleverd en wordt niet meer gevoerd. Na anderhalve maand zijn de sterkste jongen klaar om uit te vliegen.

De brede zwarte wenkbrauwstrepen die op het achterhoofd overgaan in lange, dunne sierveren, ontstaan als de blauwe reiger ongeveer twee jaar oud is.

De reiger die je op de foto ziet is in 1999 als babyreigertje naar de vogelopvang in Delft gebracht en weer vrijgelaten toen hij of zij groot genoeg was. Deze blauwe reiger zorgt nu voor zijn eigen eten, maar komt nog steeds af en toe kijken bij de vogelopvang. Mannetjes en vrouwtjesreigers zien er precies hetzelfde uit en ze kunnen wel twintig jaar oud worden.

Aan de linker- en rechter on­derzij­de van zijn lichaam heeft de blauwe reiger drie poederdonsvelden. Deze zijn dicht bedekt met speciale poederdonsveren, die altijd blijven doorgroeien en in een talk­achtig poeder ver­kruimelen als hij erover wrijft. Op de foto kun je de donsjes zien die aan zijn oranje snavel hangen. Met zijn poetsklauw, de kamvormige zijkant van zijn middenteennagel, verspreidt de reiger het poeder over zijn veren. Het zorgt voor een waterdichte en schone vacht.

Geef een reactie