De Spin en de Verandering

De tijgerspin

Nylonkousen, ideaal waren ze voor kinderen. Je knipte er een stuk vanaf, legde er een knoop in, met wat ijzerdraad aan een bamboestok en klaar was je schepnet. Zo ging dat in de jaren zestig. En dan kwam je thuis met een jampot vol stekelbaarsjes. ‘Heel mooi, gooi die nu maar weer terug’.

Nou, dat gaat vandaag de dag heel anders. Nu gaat een kind naar De Papaver, leent daar een slootjespakket, met zoekkaart, schepnet en loeppotje. En dan kom je terug met een tijgerspin in het potje. ‘Prachtig, als jullie goed gekeken hebben, zullen we daar dan een mooi plekje voor zoeken?’.

Ja, tijden veranderen en het klimaat ook.

De tijger- of wespspin is minder gevaarlijk dan de naam suggereert. De geel-zwart gestreepte tekening is bedoeld om vijanden af te schrikken. Een mens is veilig. Het is wel één van de grootste Europese spinnen, tenminste, het vrouwtje. Ze vangt ook vrij grote prooien, zoals sprinkhanen of libellen. Het mannetje is klein en onopvallend.

De soort komt van rond de Middellandse Zee. Vandaar zijn ze naar het noorden opgerukt, vermoedelijk doordat het warmer wordt. Ook naar Nederland, alleen in het westen en op de Wadden zijn ze nog niet echt algemeen. Kennisinstituut EIS (Naturalis) houdt de waarnemingen bij.

Het vrouwtje spint een korfje waarin eitjes worden gelegd. De nieuwe generatie spinnetjes begint dan volgend voorjaar aan hun cyclus. Soms wel honderd stuks. Verspreiding van de soort kan zo best vlot gaan.

Het vrouwtje heeft haar taak dan volbracht en overlijdt. De natuur heeft bepaald dat het belangrijkste doel van een individu vooral is om voor nakomelingen te zorgen. Misschien wel logisch, anders zou elke soort inmiddels uitgestorven zijn. Niet alles verandert.

Foto en tekst: EJB.