Heel Holland hangt aan keileem

De Hoge Berg

In het oude Griekenland staarde filosoof Heraclitus een tijd naar een rivier en concludeerde: ‘alles stroomt’. Aan de TU-Delft vraagt men zich vervolgens af: ‘en waarheen dan wel?’

Als je naar de kaart van Nederland kijkt, zal je opvallen dat de kustlijn een beetje holle vorm heeft. Dat is uiteraard een gevolg van waterstroming. Maar dan, aan de noordkant van ons land, bij Texel, daar gaat het ineens rechtsaf, oostwaarts. Waarom niet gewoon verder naar Jutland of Noorwegen zou je zeggen. Nou de verklaring is vrij eenvoudig, Texel ligt op een keileembult, de Hoge Berg. En daar stroomt de zee netjes omheen.

Dat leem hebben we te danken aan de voorlaatste ijstijd, zo’n 120.000 jaar geleden. Het kilometers dikke landijs duwde allerlei kleiachtig materiaal, zand en brokken steen voor zich uit. Toen het ijs begon te smelten bleven resten van dit door duizenden tonnen ijs samengeperste keileem her en der achter. Dat werden bijvoorbeeld de latere eilanden Urk en Wieringen, het Rode Klif bij Stavoren en, niet te vergeten, de Hoge Berg op Texel. Daarom vind je op het Texelse strand ook nog steeds uit Zweden afkomstige stenen.

Keileem is goed bestand tegen stromend water. En daarom is de Hoge Berg al eeuwen het ‘pièce de résistance’ waar de Noordzee omheen moet. Vandaar die fraaie Hollandse kustlijn.
Overigens hebben onze dijkenbouwers ook flink gebruik gemaakt van deze eigenschap. Bijvoorbeeld bij de aanleg van de Afsluitdijk. De toegangsweg daarheen is toen door het eiland Wieringen gegraven, als een soort kerf. En het keileem dat daarbij vrij kwam, kon meteen toegepast worden in de dijk in aanleg. Werk met werk maken, heet dat!

Tekst en foto: EJB