Het zit de boer niet mee

Grauwe gans

Wammes Waggel is één van de bekende ‘personages’ uit de sagen van Ollie B. Bommel. De verhalen waarin dieren als mens figureren. Een hooghartige haan is markies. De commissaris van politie is een hond die braaf luistert naar de burgermeester, zijn baas. En Wammes? Dat is een gans, soms naïef, soms slim. En ook al mislukt er veel, hij blijft van het leven genieten. Niet klein te krijgen.

Toevallig is er nog een gans die niet klein te krijgen is: de grauwe gans. En dan te bedenken dat die tot de jaren zeventig zeldzaam was in Nederland. Tot in de net drooggevallen Flevopolders een stuk laaggelegen gebied, de Oostvaardersplassen, onbebouwd bleef. Dat werd natuur en dat heeft men toen zo gelaten.
Een paar vogelbeschermers lieten daar wat grauwe ganzen los. Dat hadden ze eerder op andere plaatsen ook geprobeerd, maar dat was nooit een succes. Nou, in de Oostvaardersplassen sloeg het wel aan. En dat hebben de boeren geweten. Een paar ganzen eten evenveel gras als een koe. Dus zorgde de boer dat er af en toe gejaagd werd, dan bleven ze weer een tijdje weg.
Maar dat veranderde zo’n twintig jaar geleden, toen het jachtbeleid strenger werd. Het gevolg was dat het erg goed met de grauwe gans ging, misschien wel te goed. Inmiddels zijn er vrijwel zeker meer dan 100.000 broedende paartjes! Daarbij zijn het zorgzame ouders die hun jongen oplettend bewaken, dus het broedresultaat mag er zijn.
Niet zo verwonderlijk dat er nu weer beleid is om de aantallen te reduceren. Zo zie je in sommige broedgebieden boswachters op zoek naar nesten om een deel van de eieren te prikken. Misschien niet aardig, wel terecht. Al blijven het mooie vogels.

Foto en tekst: EJB