Ingenieur in de natuur

De Prins Hendrikpolder

Civiele techniek heeft bij natuurliefhebbers niet zo’n beste naam. Bulldozers rijden meestal zoals het op de werktekening staat. En als daar net een boom staat, dan kan je wel raden wat er gebeurt.

Volgens de nieuwe berekeningen over toekomstige waterhoogten, mede veroorzaakt door klimaatverandering, moeten de dijken in Nederland versterkt worden. Zo ook de dijken langs de Waddenzee. Vaak betekent dit dat de dijk hoger en breder wordt, met meer steen en asfalt tegen de zeezijde.

Maar het kan anders. Een voorbeeld is de versterking van de dijk bij de Prins Hendrikpolder op Texel. De oude dijk blijft intact. Ervoor wordt in de Waddenzee een natuurlijk voorland aangelegd. Over een lengte van zo’n drie kilometer vormt men met zandopspuiting eerst duinenrijen en daarvoor weer een kwelder. Dat moet bij hoogwater en storm golven voldoende remmen. De oude dijk is dan het ‘harde’ sluitstuk.

Het wordt dus een fraai stuk natuur waar wind en water de vrije hand hebben. Dus niet de zogenaamde kwelders die Natuurmonumenten op Texel met zand en schelpen binnendijks aanlegt en waar een legertje vrijwilligers elk jaar de begroeiing moeten weghalen. Nee, dit wordt echt natuurgebied, geschikt voor sterns, steltlopers, zeehonden, verzin maar. De mens moet genoegen nemen met een uitkijkpunt aan de rand. Dat ziet er overigens wel schitterend uit en er staat een schitterende telescoop, gratis te gebruiken.

Recent is bij Petten de zeewering ook al door middel van een vooroever versterkt.

Zeg niet dat die Delftse ingenieurs geen hart voor de natuur hebben.

Tekst en foto: EJB

Tags