Lepelaars in Delft

In de jaren zestig waren ze het hoogtepunt van een excursie naar De Muy op Texel. Onder leiding van een boswachter. En dan waren er nog wat kolonies lepelaars bij het Naardermeer en het Zwanenwater.  

Op de plaats waar vroeger lepelaars zaten in De Muy, zie je nu broedende aalscholvers. Maar ondanks de druk doen ze het best goed. Ze vonden gewoon andere plekjes. Zelfs bij Delft zit een kleine kolonie. Wel slim van deze lepelaars dat ze hier niet op de grond broeden, maar bovenin een meidoorn. Daar komen eventuele vijanden niet zomaar bij. En concurrenten, zoals blauwe reigers, die al beginnen met broeden als de lepelaars nog onderweg zijn vanuit het zuiden, die pesten ze redelijk succesvol naar de zijkant. Ze zijn minder onschuldig dan ze eruitzien. Maar dat zij deze prachtige vogels vergeven. 

Het is onvoorstelbaar hoe snel hun jongen kunnen groeien. Eerst zijn het nog pluizige witte kuikens, maar na een aantal weken zijn de jongen en hun ouders even wit en bijna even groot. De verschillen zijn de vorm en kleur van de snavel. Bij de jongen is dat een soort beige, bij de volwassen vogels zwart met een gelig uiteinde. De jongen hebben aan de rand van de vleugels nog wat zwarte veren, later wordt dat helemaal wit.