Over verkouden heksen en stijfsel

Heksensnot of stijfselzwam

‘Heksensnot’, ‘Sterrenschot’, ‘Stijfselzwam’.

Het lijken wel namen uit de verhalen van Marten Toonder. Namen van mysterieuze planten waar een zonderling personage een duistere drank van brouwt. Maar nee hoor, het zijn namen voor dingen die je gewoon in de Delftse Hout kan vinden.

Vroeger had men bedacht dat er van vallende sterren toch ook wat op aarde te vinden moest zijn. Zo’n onbekend plukje gelatine-achtige substantie leek wel passend. Anderen meenden dat die klodders te danken waren aan overvliegende heksen die hun neus hadden gesnoten. Deze fantasierijke vermoedens leverden ons de namen sterrenschot en heksensnot.

Wat ze zagen was echter iets dat ontstaat wanneer een predator (bijvoorbeeld een reiger) een zwangere vrouwtjeskikker of -pad opeet. De buik van het vrouwtje zit in het voorjaar vol met eitjes en gelei waar de eitjes in zitten. De gelei bevat zweleiwitten; die zetten in de maag van de rover uit, dat voelt niet echt lekker en dus wordt het uitgespuugd.

Echter, er is nog iets dat er zo uit kan zien: de stijfselzwam. Een paddenstoel die groeit op dood (loof)hout, een saprofyt. Dat zijn planten of schimmels (zoals paddenstoelen) die leven van dood organisch materiaal. De opruimers van de natuur. En we troffen die klonters aan op de stronk van een boom die een paar jaar geleden was omgezaagd. Stijfselzwam zou dus zeker kunnen!

Mensen die veel meer van de natuur weten dan ik gaven ook hun mening. Helemaal zeker ben ik echter nog steeds niet. Na wegstrepen van mogelijkheden en combineren van gegevens lijken de argumenten voor heksensnot het sterkst.

Dan zou er dus toch een verkouden heks over het Heempark zijn gevlogen!

Maar we gaan het in de gaten houden. De tijd zal het zeker leren.  Met heksen weet je het maar nooit!

Tekst en foto: EJB