Te vies om aan te pakken

De eendenkooi

Jan Steen! Dan denk je aan slonzige huishoudens. Hij schilderde immers graag het vrolijke leven. Op veel van zijn schilderijen staat ook een hondje, wit met rode beharing, leuke pluimstaart: het kooikerhondje. Het hondje dat gebruikt wordt door de kooiker, de man die in de eendenkooi eenden vangt.

De eendenkooi is erg Hollands. Buiten Nederland vind je ze weinig.

De opzet is vrij eenvoudig. Je hebt een rustig meertje omringd met bomen en, in de richtingen waar de wind het meest vandaan komt, vangpijpen. Dat zijn sloten die met netten overdekt zijn, met rietschermen aan het zicht onttrokken. Inderdaad, een kooiker werkt graag achter de schermen.

Bij de kooi horen een aantal tamme eenden. Die weten dat als ze het kooikerhondje zien er graan over het rietscherm gegooid wordt. De vreemde eenden zwemmen achter de ‘tammen’ aan. De vangpijp wordt echter steeds smaller en maakt een bocht. Als ze een eindje de vangpijp in gezwommen zijn, laat de kooiker ze schrikken. Ze vliegen instinctief naar het licht, naar het einde van de vangpijp. Maar daar zit een net, dus vallen ze omlaag, vluchten verder, het vanghok in. De kooiker laat snel een klep zakken en de eend gaat de pijp uit. En de tammen? Die zijn gemerkt, en worden weer losgelaten. De vangst wordt met een haakje van ingewanden ontdaan en verkocht. Dat waren er soms wel een paar honderd op een dag!

Iemand die vroeger kooiker was, zag er door zijn werk meestal niet zo schoon uit. En fris ruiken deed hij ook al niet. Vrijwel altijd was het een vrijgezelle man, aan de vrouw raken konden ze vergeten.

Tekst en foto: EJB