What’s in a name…

De Rotgans

Wie geeft die vogels nou zo’n rotnaam?

We weten dat boeren niet altijd blij zijn met ganzen. Ze eten vooral gras en dat vinden ze natuurlijk in weilanden, dat kost de boeren geld. Ja, die kunnen ze wel schieten.

Gras verteert niet makkelijk, koeien doen daarom aan herkauwen en hebben wel vier magen. Ganzen niet, die hebben juist een inefficiënte spijsvertering. Dat betekent dat ze veel gras moeten eten om aan hun energie te komen. Het meeste gaat er nauwelijks verteerd weer uit. Het schijnt dat vier ganzen ongeveer evenveel gras eten als een koe!!

Ze zijn ook nooit alleen, dus als ze jouw weiland uitkiezen, dan is dat altijd met tientallen of honderden. Daar gaat het voer voor de koeien.

Toch hebben rotganzen hun naam niet van onze boeren gekregen. Nee hoor, ze zeggen het zelf: ròtròtròt. Vandaar.

Er zijn verschillende (onder)soorten, bij ons zie je meestal de zwartbuikrotgans.

Rotganzen zijn hier alleen ‘s winters. Ze komen begin van herfst naar Nederland, vooral rond de Waddenzee en de delta. Het zijn er wel veel, meer dan 100.000. In het (late) voorjaar vertrekken ze weer. In april, mei zien sommige weilanden nog zwart van de rotganzen. In enorme zwermen stijgen ze af en toe op. Om ergens anders een hapje te eten? Als vliegoefening? Maar in eens, dan loop je langs de weilanden en je denkt, wat mis ik vandaag nou toch? Wel, de rotganzen zijn dan richting poolcirkel, om te broeden. Dat moeten ze snel doen, want de arctische zomer duurt maar kort.

Vanaf september schuiven ze hier weer aan.

Foto en tekst: EJB