Wie niet sterk is

Lookalikes

The King, Elvis, zong over de devils in disguise. Types die er uitzien als engeltjes, maar ondertussen het bloed onder je nagels vandaan halen.

Het tegenovergestelde bestaat ook, in de natuur. Vanaf de lente en de hele zomer vliegen die overal waar bloemen te vinden zijn, ook in onze tuinen: de lookalikes van bijen.

Sommige insecten, zoals de zweefvliegen kunnen niet steken. Ze kunnen zich lichamelijk dus niet verdedigen. Bijen kunnen dat wel, bovendien hebben die altijd veel familie en die komen graag te hulp. Heel veel dieren weten dat, zelfs als ze zelf nog niet eerder zijn gestoken. Een goede reden om geen ruzie te maken met iets wat op een bij of een wesp lijkt.

Ook zijn er soorten die misbruik maken van (echte) bijen. De koekoeksbij is er zo één. Dan is het natuurlijk handig als je slachtoffers niet in de gaten hebben dat je een indringer bent.

Op een ander lijken kan je dus succesvol door miljoenen jaren evolutie helpen.

Zweefvliegen, zoals het wollig gitje op de foto, lijken vaak op bijen. Ze verschillen wel. Zweefvliegen hebben maar één paar vleugels, bijen twee paar. Ze hebben slechts korte sprietjes op hun kop, bijen veel langere. En ze kunnen dus niet steken.

Hommels horen trouwens, net als de honingbij, tot de sociale bijen. Alleen zijn ze wat dikker en meer behaard. Ook al zien ze er wat goeiig uit, ze kunnen wel degelijk steken.

Vooral de wilde bijen, met in hun kielzog zweefvliegen en andere insecten, verdienen onze hulp. Kijk eens rond in je eigen omgeving, waar zijn al die bloemen gebleven?! Laten we er met z’n allen wat aan doen. Overheid, boeren, bewoners: maak van Nederland een echt bloemenland, maar dan voor de bijen.

Tekst en foto: EJB