Zweefvliegen

Nee, dit gaat niet over vliegpionier Otto Lilienthal die eind negentiende eeuw vanaf een heuvel experimenteerde met zweefvluchten. Dit gaat over insecten.

Zweefvliegen, wespen, bijen – ze zijn soms maar moeilijk uit elkaar te houden. En om het helemaal ingewikkeld te maken, worden sommige zweefvliegen ook ‘bij’ genoemd worden. Ga daar maar eens aanstaan, als niet-entomoloog.

Maar er zijn herkenningspunten:

  • Zweefvliegen hebben één paar vleugels. Bijen en wespen twee paar. Alleen, als ze die over elkaar leggen lijkt het soms maar één paar.
  • Zweefvliegen hebben korte sprieten op hun kop, bijen en wespen meestal lange.
  • Bijen hebben vaak beharing, dat helpt met het verzamelen van stuifmeel. Wespen zijn niet of veel minder behaard. Bijen eten geen andere dieren, wespen vaak wel.

Wellicht overbodig te vermelden dat wespen slanker zijn dan bijen, ze hebben dan ook een wespentaille.

Zelf neem ik het liefst eerst een foto. De beestjes blijven soms best lang poseren. Thuis kan je dan op je gemak uitzoeken wat het was. En dan valt het nog niet altijd mee! Je kunt even oefenen met de foto bij dit blog!

En zweefvliegen steken niet, dat kunnen ze niet eens. Maar of je dat wil gaan zitten afwachten…

 

BTW. Lilienthal werd in Berlijn een bezienswaardigheid. Maar uiteindelijk had hij pech en verongelukte. Laat vliegen dus toch maar aan hen die er voor gemaakt zijn, zoals zweefvliegen.